Tijdelijke versoepeling van de procedure van gerechtelijke reorganisatie

In een eerdere bijdrage hebben wij u meegedeeld dat het moratorium voor faillissementen niet meer van kracht is sinds 1 februari 2021. Heel wat ondernemingen blijven evenwel kampen met financiële moeilijkheden door de Corona-crisis.

 De wetgever nam recentelijk een initiatief tot tijdelijke versoepeling van de procedure van gerechtelijke reorganisatie met het oog op het verlagen van de drempel om deze procedure te starten. Deze wet werd op 21 maart 2021 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad (klik hier) en trad op dezelfde dag in werking.

 Wat is de gerechtelijke reorganisatie?

 De procedure van gerechtelijke reorganisatie tracht de continuïteit van de onderneming te waarborgen door te voorzien in bescherming tegen schuldeisers (“opschorting”) vanaf de aanvraag van de procedure tot de afsluiting ervan.

Tijdens de opschortingsperiode kan de onderneming o.m. niet worden failliet verklaard en worden de middelen van tenuitvoerlegging stopgezet. Dit geeft de nodige ademruimte voor de onderneming om een oplossing uit te werken voor haar financiële moeilijkheden.

 Het doel van de gerechtelijke reorganisatie kan bestaan uit: 1) een minnelijk akkoord met minstens twee schuldeisers, 2) een collectief akkoord waarin alle benadeelde schuldeisers betrokken worden, of 3) een overdracht van (een deel van) de onderneming onder gerechtelijk gezag.

 Wat zijn de belangrijkste versoepelingen?

1. Het voorbereidend akkoord

De nieuwe wet voorziet in een zgn. “voorbereidend akkoord”, waarbij een onderneming in een fase voorafgaand aan de aanvraag van de “formele” gerechtelijke reorganisatie, de rechtbank kan verzoeken om een gerechtsmandataris aan te stellen die mee vertrouwelijk aftoetst bij de schuldeisers of een minnelijk akkoord of collectief akkoord mogelijk is.

Van deze voorbereidende procedure wordt er niets gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Eens een regeling over een minnelijk of collectief akkoord binnen handbereik is, kan er overgeschakeld worden naar de formele gerechtelijke reorganisatie.

Belangrijk om te vermelden is wel dat, anders dan de formele gerechtelijke reorganisatie, de aanstelling van de gerechtsmandataris niet automatisch leidt tot een opschorting van de middelen van tenuitvoerlegging van de schuldeisers.

Hierop is een uitzondering voorzien: indien de gerechtsmandataris het nodig vindt, kan hij de voorzitter wel verzoeken om voorwaarden en/of termijnen toe te staan voor bepaalde schulden. Voor die specifieke schulden kunnen de middelen van tenuitvoerlegging van de schuldeisers dus wel worden opgeschort. De duur van de voorwaarden en termijnen mag niet meer dan vier maanden bedragen.

2. Makkelijkere toegang tot de procedure

De aanvraag van een gerechtelijke reorganisatie vraagt een hele voorbereiding. Zo moet er o.m. als stuk bij de aanvraag een boekhoudkundige staat en resultatenrekening van maximaal drie maanden oud, een begroting met een schatting van de inkomsten en uitgaven tijdens de opschortingsperiode en een volledige lijst van alle schuldeisers gevoegd worden. Sommige stukken moeten bovendien verplicht opgesteld worden met bijstand van een erkend cijferberoeper.

Het naleven van deze voorwaarden is voorzien op straffe van niet-ontvankelijkheid. Indien de voorwaarden niet zijn voldaan door de onderneming, wordt de aanvraag afgewezen als niet-ontvankelijk.

Een significante nieuwigheid van de wet is dat de sanctie van niet-ontvankelijkheid wordt opgeheven. De vereiste stukken kunnen nog neergelegd worden tot uiterlijk twee dagen voor de zitting waarop de voorzitter zal oordelen over de opening van de gerechtelijke reorganisatie. Indien de onderneming er toch niet in slaagt de gevraagde documenten in te dienen, is het ook mogelijk om een nota neer te leggen waarin gedetailleerd wordt aangegeven waarom deze stukken niet konden worden voorgelegd.

3. Elektronische stemming over het reorganisatieplan

De stemming over het reorganisatieplan bij een collectief akkoord, kan voortaan elektronisch – en dus Corona-proof – verlopen volgens de nadere regels vastgelegd door de gedelegeerd rechter.

4. Fiscale gelijktrekking

Op fiscaal vlak wordt het buitengerechtelijk minnelijk akkoord, voordien niet fiscaal neutraal, gelijkgetrokken met de andere types van insolventieprocedures.

De waardeverminderingen en voorzieningen op schuldvorderingen op de medecontractanten waarvoor een reorganisatieplan is gehomologeerd of een minnelijk akkoord is vastgesteld, worden vrijgesteld gedurende de belastbare tijdperken tot de volledige tenuitvoerlegging van het plan of van het minnelijk akkoord of tot het sluiten van de procedure, en dit ongeacht het type insolventieprocedure.

Inwerkingtreding

De wijzigingen zijn in werking getreden op 21 maart 2021, maar treden reeds op 30 juni 2021 buiten werking. In de wet wordt wel voorzien dat de Koning deze termijn kan verlengen.

 Meer info?

Heeft u vragen over dit artikel of overweegt uw onderneming een WCO-procedure ? Bel gerust Melike Orhay of Hans Van Gompel op 011/281.280 of mail naar melike.orhay@vangompeladvocaten.be of hans.vangompel@vangompeladvocaten.be.